Is er een relatie tussen gebruik van bevoegdheden ondermijning en bedreigingen?

Is er een relatie tussen gebruik van bevoegdheden ondermijning en bedreigingen?

- Georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit -
Uit onderzoek blijkt dat 21-33% van de burgemeesters te maken heeft met bedreiging of intimidatie. Onderzocht is of er een relatie is tussen enerzijds de inzet van OOV-bevoegdheden en anderzijds de mate waarin burgemeesters te maken hebben met bedreiging of intimidatie. De belangrijkste conclusies die daarbij naar voren kwamen hebben we voor je op een rij gezet. Veel van de intimidaties en bedreigingen vinden plaats via social media, daarom ook wat praktische tips wat hiermee te doen (preventie en reactie). Het aantal OOV-bevoegdheden van gemeenten is gestaag uitgebreid. Afgelopen jaar zijn er bijna twee keer zo veel bestuurlijke rapportages gemaakt, dat vraagt om een werkgroep: gericht op het verbeteren van zowel de inhoudelijke kwaliteit als de doorlooptijd van deze rapportages. We vroegen werkgroeplid Arie Hogendoorn ernaar. Verder in deze nieuwsbrief: lachgas lijkt onschuldig, maar bij het recreatieve gebruik van dit goed kunnen de gevolgen minder onschuldig zijn. Daarom een update van de Bestuurlijke Handreiking Lachgas. Ook is er een definitief regionaal model Bibob beleid. Cathrien van Bussel vertelt ons waarom dit wenselijk was en hoe andere gemeenten deze kunnen inzetten. En tot slot: wist je dat de vrij nieuwe – nu nog legale - drug ‘Poes’ (3-MMC) de opvolger is van de inmiddels verboden ‘Miauw Miauw’ (4-MMC)? Nee......?

 

Relatie tussen gebruik van bevoegdheden ondermijning en bedreigingen?
Een deel van de burgemeesters krijgt te maken met bedreiging en intimidatie, al dan niet instrumenteel van aard om een bepaald doel te bereiken. Om bedreiging en intimidatie te kunnen terugdringen is het belangrijk om een beeld te krijgen van de aard en omvang van het probleem.

Daarom is op verzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid en in opdracht van het WODC vorig jaar door I&O Research onderzoek gedaan naar ‘bedreigingen en intimidaties van burgemeesters in relatie tot de bestuurlijke aanpak van ondermijning. Het onderzoek biedt inzicht in de aard en omvang van de bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters en de strafrechtelijke reactie hierop. Daarnaast biedt het onderzoek inzicht in de achtergronden van bedreigingen en een mogelijke relatie tussen de inzet van OOV-bevoegdheden en de mate waarin burgemeesters te maken hebben met bedreiging of intimidatie.

21% - 33% heeft te maken met bedreiging of intimidatie: geen structurele toename
De onderzoekers constateren dat het percentage burgemeesters dat te maken krijgt met bedreiging en intimidatie fluctueert in de periode 2010–2020 tussen de 21 en 33 procent. Hoewel er in de laatste twee jaren sprake is van een toename, is er in de periode van 2010–2020 geen sprake van een structurele toename van het slachtofferschap van bedreiging en/of intimidatie.

Burgemeesters hebben vanuit hun portefeuille openbare orde en veiligheid en hun rol als boegbeeld van de gemeente vaker te maken met bedreiging en intimidatie dan andere lokale politieke ambtsdragers. Er is evenwel geen sprake van een exclusief probleem waar alleen burgemeesters mee te maken hebben. Ook andere politici, zoals wethouders en raadsleden, en werknemers met een publieke taak (bijvoorbeeld politieagenten, boa’s of ov-medewerkers) worden in de uitoefening van hun werk geconfronteerd met bedreiging en intimidatie.

Strafrechtelijke reactie
In circa een derde van de gevallen van bedreiging (art. 285 Wetboek van Strafrecht) van burgemeesters wordt aangifte gedaan, bij intimidatie (dat alleen via andere delicten mogelijk strafbaar is) wordt in één op de negen gevallen aangifte gedaan. In circa één op de negen gevallen van bedreiging die burgemeesters meemaken, komt het tot een veroordeling van de dader(s) en bij intimidatie is dit in circa één op de 25 gevallen.

Achtergronden van bedreigingen en intimidaties
De afgelopen jaren is het aantal bevoegdheden van burgemeesters op het gebied van openbare orde en veiligheid gestaag uitgebreid. Burgemeesters maken hiervan ook in toenemende mate gebruik. Deze maatregelen zijn deels gericht op individuele burgers, maar zijn ook deels ingezet met als doel de georganiseerde criminaliteit aan te pakken. Zowel in de politiek als in de media is wel eens een causale relatie gelegd tussen enerzijds het gebruik van bevoegdheden in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit en anderzijds bedreigingen en intimidaties richting burgemeesters.

Onderzocht is of er een relatie is tussen enerzijds de inzet van OOV-bevoegdheden en anderzijds de mate waarin burgemeesters te maken hebben met bedreiging of intimidatie. De belangrijkste conclusies die daarbij naar voren komen:

  • In de periode 2015-2019 hadden 3 op de 10 burgemeesters minimaal één keer te maken met bedreiging en bijna de helft met een vorm van intimidatie. In diezelfde periode is de inzet van bestuurlijke bevoegdheden op het terrein van OOV toegenomen.
  • In circa drie op de tien gevallen van bedreiging en een op de vijf gevallen van intimidatie is er volgens burgemeesters sprake van een bewuste uiting om een bepaald doel te bereiken.
  • In de meeste gevallen van bedreiging is er (hoofdzakelijk) een niet-instrumentele oorsprong, zoals oplopende emoties, frustratie of verward gedrag;
  • Door burgemeesters worden steeds meer bevoegdheden ingezet, maar dit heeft vooralsnog niet geleid tot een structurele toename van het aantal bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters;
  • De stelling in het maatschappelijke debat dat het aantal bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters vanuit de hoek van georganiseerde criminaliteit is toegenomen omdat burgemeesters meer gebruikmaken van hun bevoegdheden in de strijden tegen die georganiseerde criminaliteit, kan niet worden bevestigd, noch ontkracht.

Lees hier het hele onderzoek en hier de kamerbrief waarin de minister de Kamer informeert over de uitkomsten van het onderzoek. Binnenlands Bestuur schreef er dit artikel over.

Eerste hulp bij intimidatie via sociale media – Netwerk Weerbaar Bestuur
Agressie en bedreigingen via sociale media zijn de laatste paar jaar enorm toegenomen. ‘Ach het hoort erbij’ wordt vaak gezegd. Maar agressie en bedreigingen zijn zowel in de echte wereld als op social media onacceptabel. Vanuit het Netwerk Weerbaar Bestuur zijn er praktische tips verzameld om het risico op online bedreigingen te verkleinen (preventie). Daarnaast wordt ingegaan op wat te doen bij een bedreiging (reactie). De ‘eerste hulp bij bedreiging via sociale media’ geeft praktische tips voor zowel ambtenaren als politieke ambtsdragers om het risico op online bedreigingen te verkleinen (preventie). Daarnaast wordt ingegaan op wat te doen bij een bedreiging (reactie). Tot slot is er aandacht voor de nazorg.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) voert momenteel een breed onderzoek uit naar sociale bedreigingen. Dat onderzoek leidt naar verwachting in 2021 tot een uitgebreide handreiking over het omgaan met intimidaties en bedreigingen via sociale media.

Bestuurlijke rapportage: verbeterd proces
De afgelopen jaren is het aantal bevoegdheden van gemeenten voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid gestaag uitgebreid. Gemeenten maken hiervan ook in toenemende mate gebruik. Afgelopen jaar zijn er bijna twee keer zo veel bestuurlijke rapportages gemaakt t.o.v. 2019[1]. Voor de periode januari t/m augustus zien we een toename naar 224 t.o.v. 123 in dezelfde periode vorig jaar.[2] Er wordt in totaal meer bestuurlijk ingegrepen en ook steeds meer (verschillende) gemeenten in Midden-Nederland maken gebruik van hun bestuurlijk instrumentarium. Ondanks deze enorme toename is de snelheid verbeterd: de politie doet nu meer afhandelingen binnen de afgesproken termijn van 4 weken. Ook het OM handelt nu meer af binnen de afgesproken termijn van 2 weken dan daarvoor. De gemeenten doen vervolgens binnen twee weken het voornemen tot maatregel eruit en nemen in bijna alle gevallen ook daadwerkelijk de voorgenomen maatregel.

Er vindt vaker en beter afstemming plaats tussen gemeente en politie over de rapportage, wat de kwaliteit ten goede komt, maar ook belangrijk is voor de verwachtingen over en weer (bijv. over de snelheid). T.a.v. de kwaliteit geeft het OM aan dat dit is verbeterd t.o.v. 2019; gemeenten zijn in de avo’s enthousiast over de doorgevoerde verbeteringen en de prestaties van het huidige proces. Het lukt nog niet om alle rapportages binnen de afgesproken termijn gereed te hebben, maar de verbetering is duidelijk ingezet. Overigens zal dit nooit 100% worden, omdat de praktijksituatie en/ of lopend onderzoek maken dat dit in sommige gevallen gewoonweg niet mogelijk is.

In 2019 is een werkgroep opgericht met vertegenwoordigers van alle partners die een rol hebben in het proces van de bestuurlijke rapportage (politie, OM en 5 gemeenten): gericht op het verbeteren van zowel de inhoudelijke kwaliteit als de doorlooptijd van de rapportages. We spreken één van de werkgroepleden, Arie Hogendoorn, hierover:

Wat ging er mis; waarom was er destijds een werkgroep opgezet?
Steeds vaker waren er signalen dat een rapportage te lang op zich liet wachten of als een verrassing kwam bij partners als de gemeente, waardoor de gemeente niet goed haar instrumentarium kon inzetten. Ook waren er vragen over de kwaliteit van de rapportage.

Wat heeft de werkgroep gedaan?
De werkgroep heeft gekeken naar het proces van constatering tot oplevering van de rapportage en waar we konden verbeteren. Zowel de gemeente, politie als het OM hebben een rol in dit proces en voor alle drie de partijen waren er punten die beter konden. Ook zijn er afspraken gemaakt tussen de partners over ieders rol en over de termijnen. 2020 is gebruikt om deze afspraken en verbeterpunten te implementeren en daar zagen we in de loop van 2020 de effecten van.

Ook hebben bijna alle gemeenten een training ontvangen over de inzet van het bestuurlijk instrumentarium.[4] Daarnaast krijgen alle gemeenten ondersteuning en advies vanuit de juridische experts van het RIEC bij het opstellen van de bestuurlijke rapportage en over de te voeren strategie wanneer gewenst. Met de training en ondersteuning is een enorme stap gezet in het vergroten van de expertise van gemeenten t.a.v. het bestuurlijk instrumentarium.

Wat gaat er dan nu anders, beter?
Nu wordt voorafgaand aan het schrijven van de rapportage door de politie afstemming gezocht met de gemeente: om te  bespreken of de gemeente wel wil optreden a.d.h.v. de rapportage en om af te stemmen welke informatie er nodig is in de rapportage, zodat het besluit stand houdt bij de bestuursrechter. Dit scheelt tijd, maar levert vooral een beter begrip op van elkaar situatie en positie. Daarnaast zijn de termijnen aanzienlijk ingekort: ook heel belangrijk om snel en slagvaardig op te treden en de openbare orde te kunnen handhaven.

De werkgroep heeft haar werk nu afgerond.


Model Bibob-beleid MN opgesteld
Het begon met de evaluatie van het Bibob beleid van Amersfoort begin 2020. Sanne Beukers (gemeente Amersfoort) en Cathrien van Bussel (RIEC MN) bedachten dat een opfrisbeurt van het (RIEC) model Bibob beleid uit 2018 een goed idee zou zijn. Samen met zeven gemeenten is een projectgroep geformeerd[5]. Cathrien van Bussel, Bibob-adviseur RIEC Midden-NL zegt hierover:

Waarom een regionaal model Bibob beleid
Een belangrijk effect van het actualiseren van het eigen Bibob beleid op basis van het regionale model, is het verminderen of voorkomen van een waterbedeffect. Als criminelen weten dat we in onze regio overal een soortgelijk, actueel Bibob beleid hebben en toepassen, bedenken ze zich wel twee keer voordat ze hier voet aan de grond proberen te krijgen. En tegelijkertijd is dit regionale model actueel. Op 1 augustus 2020 is de Wet Bibob gewijzigd, deze wijzigingen zijn meegenomen in het regionale model Bibob beleid van december 2020.

Het regionale model bruikbaar voor elke gemeente
In onze regio zijn grote verschillen tussen gemeenten, niet alleen in grootte en inwonersaantallen maar ook in de ervaring, kennis en kunde met het toepassen van de Wet Bibob. Ik ben van mening dat het belang van de Wet Bibob als instrument in de aanpak van ondermijning en als hulpmiddel voor een integere overheid, bij elke gemeente in onze regio inmiddels goed tussen de oren zit. Alleen is het Bibob beleid (nog) niet overal actueel. Het regionale model van december 2020 kan als voorbeeld dienen zodat gemeenten hiermee makkelijk hun eigen Bibob beleid kunnen formuleren, implementeren en publiceren. Het is hiermee bruikbaar voor elke gemeente; klein of groot en met veel ervaring op het terrein van Bibob, of weinig. Het kan als handvat of uitgangspunt dienen voor elke gemeente en geeft tegelijkertijd ruimte voor ‘couleur locale’.

Trots op het resultaat; model verspreid in regio en land
Ons regionale model is inmiddels uitgezet in de hele regio en zal via het LIEC in heel Nederland worden verspreid. Ik vond het super leuk om met dit project bezig te zijn, de leden waren stuk voor stuk erg betrokken en hebben hard hieraan meegewerkt, vaak buiten hun drukke reguliere werkzaamheden om. Ik ben hartstikke trots op onze projectgroep EN op het resultaat!

Ontwikkeling Bibob staat niet stil
Nu het regionale beleid definitief is, gaat de projectgroep verder gaan als Bibob Leerkring. Er zal soms een gastspreker worden uitgenodigd en er worden casussen besproken. Elke gemeente die interesse heeft in deze Bibob Leerkring kan aansluiten (stuur een mail). De Bibob Leerkring zal ongeveer één keer per maand (online) plaatsvinden, duurt een uur tot anderhalf uur en is interactief. Deelname betekent dus actief meedoen en -denken!


Lachgas: een trend of een schadelijke gewoonte?
Een kleur- en geurloos gas dat niet giftig is en ook niet schadelijk is bij professioneel gebruik. Lachgas lijkt onschuldig, maar bij het recreatieve gebruik van dit goed kunnen de gevolgen minder onschuldig zijn. Het streven is daarom op korte termijn een landelijk lachgasverbod in te voeren. Tot die tijd is het aan de gemeenten zelf om de verkoop en het gebruik van lachgas reguleren. Daarom heeft Bureau RVS deze Bestuurlijke Handreiking Lachgas geactualiseerd. Hierin zijn onder andere recentere cijfers omtrent lachgasgebruik (in coronatijd) te vinden, evenals extra toelichtingen bij APV-bepalingen waarmee overlast door lachgas kan worden tegengegaan. Nog meer lezen over lachgas? Bekijk de lade "Veilig uitgaan" in de apothekerskast. 


Straatwaarde(n) Wist je datjes - Januari 2021
Wist je dat ‘Poes’ (3-MMC) de opvolger is van de inmiddels verboden ‘Miauw Miauw’ (4-MMC)? Dit en meer weetjes zijn in de lade van Straatwaarde(n) terug te vinden. 


[1] Gebaseerd op cijfers van de ondersteuningsdesk (politie) van januari t/m augustus 2020 afgezet tegen dezelfde periode in 2019

[2] Alleen bestuurlijke rapportages waarbij strafrechtelijke informatie uit lopende onderzoeken wordt verstrekt, worden door het OM behandeld. Dat zijn er in 2020 (jan-nov) 128. In heel 2019 waren dit 139 rapportages.
[3] Gebaseerd op cijfers van de vijf gemeenten die zijn aangesloten in werkgroep: Amersfoort, Almere, Nieuwegein, Huizen en Utrecht
[4] Voor de gemeenten in Flevoland en deel van district West is deze training i.v.m. corona-maatregelen verplaatst naar 2021
[5] Amersfoort, Zeist, Almere, Leusden, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Utrecht