Nieuw APV-artikel in strijd tegen nepagenten en bankhelpdeskfrauders

Wijziging Algemene plaatselijke verordening

 

Was-wordt-tabel wijziging APV met toelichting

 

Leeswijzer

 

- [iets EN/OF iets] = door gemeente te kiezen

 

Artikel I, Opdringerig of misleidend benaderen van personen 

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

 

Artikel X - Opdringerig of misleidend benaderen van personen

Onverminderd het bepaalde in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht is het verboden zich op een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw en daarbij bijbehorend erf, met het kennelijke doel zich opdringerig, misleidend of anderszins hinderlijk tot een ander te wenden, dan wel daarbij op enigerlei wijze behulpzaam te zijn, waardoor de [openbare orde EN/OF, veiligheid EN/OF of het woon- en leefklimaat] wordt verstoord of redelijkerwijs kan worden verstoord.

 

 

Toelichting artikel I

De afgelopen jaren is sprake van een sterke toename van fraudevormen waarbij burgers op opdringende en misleidende wijze worden benaderd, zoals nepagentenfraude en bankhelpdeskfraude. Vooral ouderen en andere kwetsbare personen worden hiervan regelmatig slachtoffer. Overtreders maken daarbij gebruik van misleiding, sociale druk en het vertrouwen dat burgers stellen in personen die zich voordoen als politieagent, bankmedewerker of andere functionaris.

 

Dit artikel biedt een grondslag om op te treden tegen personen die zich op een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw en daarbij behorend erf met het kennelijke doel opdringerig, misleidend of anderszins hinderlijk tot anderen wenden. De bepaling is met name bedoeld om te kunnen optreden tegen gedragingen die samenhangen met onder meer nepagentenfraude en bankhelpdeskfraude.  Daarbij kan worden gedacht aan het zich onder valse voorwendselen aanspreken van personen, het doen van misleidende mededelingen, het zich voordoen als vertegenwoordiger van een instantie of het op een indringende wijze benaderen van personen met als doel hun vertrouwen te winnen. Ook degene die bij dergelijke gedragingen behulpzaam is, valt onder het bereik van deze bepaling.

 

Voor toepassing van de bepaling is vereist dat uit de feiten en omstandigheden blijkt dat sprake is van een kennelijk opdringerige, misleidende of anderszins hinderlijke benadering en dat daardoor de [openbare orde EN/OF de veiligheid EN/OF of het woon- en leefklimaat] wordt of redelijkerwijs kan worden verstoord.

 

Om buiten twijfel te stellen dat deze bepaling geen afbreuk doet aan de strafrechtelijke aanpak van oplichting, is de zinsnede "Onverminderd het bepaalde in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht" opgenomen. Het artikel richt zich op gedragingen die, door hun opdringerige, misleidende of hinderlijke karakter, kunnen leiden tot onrust, gevoelens van onveiligheid en verstoring van de leefbaarheid in de openbare ruimte.